Rechter steunt bank bij voorkomen sanctieomzeiling

Op 11 november 2025 deed het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep een uitspraak in een zaak tussen Andersson Capital Holding uit Voorhout en ING Bank. Andersson exploiteert een bedrijf in de luchtvaartbranche en is actief in de Asia-Pacific regio waar zij onderhoudsondersteuning biedt voor vliegtuigen. ING had de bankrelatie met Andersson beëindigd omdat de bank twijfelde of een vliegtuigmotor, die de handelaar verkocht aan Drayton Aerospace Limited uit China (Drayton), mogelijk in Rusland terecht zou kunnen komen.

Waar draait het om?

Bij overeenkomst van 2 juli 2024 heeft Andersson voor USD 6.600.000 een aantal landingsgestellen voor vliegtuigen verkocht aan Drayton.

Bij overeenkomst van 16 juli 2024 heeft Andersson voor USD 2.200.000 een vliegtuigmotor verkocht aan Drayton. Dit was een oudere Airbus A320-motor (IAE V2527-A5).

Op 25 juli 2024 heeft Drayton opdracht gegeven aan Citibank om een bedrag van USD 500.000 over te maken op de ING-rekening van Andersson, alsmede opdracht gegeven
aan Bank of China om USD 6.600.000 over te maken op de ING-rekening van Andersson. ING Bank heeft deze twee transacties bij binnenkomst tegengehouden, zodat Andersson niet over de overgemaakte bedragen kon beschikken.

Waarom deed ING dit? Op 24 juni 2024 had de Europese Unie (EU) een nieuw sanctiepakket aangenomen tegen Rusland. De EU nam zo extra maatregelen tegen het omzeilen van sancties via (onder meer) China. Daarom wilde ING de transacties nader onderzoeken om er zeker van te zijn dat hier geen sprake was van sanctie-omzeiling. Zo wilde de bank bijvoorbeeld eerst weten wie de eindgebruiker van de motor zou zijn alvorens de rekening van Andersson te crediteren.

De problemen spitsten zich toe op de vliegtuigmotor. Het onderzoek naar de transactie van de landingsgestellen leidde ertoe dat ING de rekening van Andersson kon crediteren met de van Bank of China ontvangen USD 6.600.000.

Het onderzoek van de bank

De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, waartegen Andersson in hoger beroep is gegaan, geeft inzicht in de onderzoek van de bank.

Bij e-mail van 7 augustus 2024 heeft de bank (afdeling klantmonitoring) Andersson verzocht om mee te werken aan een onderzoek naar de bij ING Bank binnengekomen betaling van USD 500.000 van Drayton. De bank vraagt om een uitgebreide toelichting op de transactie, incl. documentatie. Ook wil de bank precies weten om welke goederen het hier gaat, en vraagt naar de productcode (CN-code) van de goederen. De bank vraagt tot slot aan Andersson: Waar komen de goederen, gerelateerd aan deze transactie, oorspronkelijk vandaan en wat is de uiteindelijke bestemming hiervan?

Precies 5 kwartier later antwoordt Andersson. In het antwoord legt Andersson uit dat het gaat om een vliegtuigmotor die zij levert aan Drayton. De motor is bedoeld voor een Airbus A320 (HS-code 8407.10.00.6 used engine). De oorsprong is Vancouver, Canada en de uiteindelijke bestemming is Drayton Aerospace Hong Kong S.A.R.

De volgende dag stelt ING aanvullende vragen over de transactie. De bank wil onder meer weten hoe Andersson een connectie met Rusland voorkomt. Ook ontvangt de bank graag een eindgebruikerscertificaat die betrekking heeft op de goederen die bij de transactie betrokken zijn.

58 minuten later volgt er een antwoord van Andersson (met een verzoek tot vrijgave van de betaling). Andersson geeft aan dat alle luchtvaartmaatschappijen een compliance agreement hebben, en als de eindgebruiker zich daar niet aan houdt dan wordt de relatie beëindigd. Ook stelt het bericht: Anderson end-use customer is Drayton Aerospace as agreed in our Purchase agreement and attached signed compliance agreement of Andersson Capital and its affiliated organizations (…).

Op 10 augustus stuurt de advocaat van ING een bericht aan de advocaat van Andersson. Het bericht meldt onder meer: Ten aanzien van de tweede transactie van USD 500.000 heeft ING nog geen end user certificate ontvangen. Graag verzoek ik u vriendelijk het end user certificate voor de transactie van USD 500.000 aan ING (via mij) te doen toekomen. Indien ING het end user certificate heeft ontvangen (en deze afdoende is beoordeeld), verwacht ING ook ten aanzien van deze transactie haar KYC-onderzoek spoedig te kunnen afronden.

De volgende dag volgt er weer een bericht van de advocaat van ING aan de advocaat van Andersson: (…) Voor de USD 500.000 transactie mist ING het end user statement, welke door ING reeds op 8 augustus 2024 om 14:44 uur is opgevraagd. Het door ING ontvangen antwoord van uw cliënt op 8 aug [onleesbaar] om 15:42 uur is niet volledig, dan wel mist de gevraagde documentatie. De bijgevoegde bijlage bij deze mail bevat een User Agreement and Compliance Statement en geen end user statement ten [onleesbaar] van de vliegtuigmotor waar de transactie van 500k transactie op ziet. Het betreft hier een algemeen document. Hierbij geldt dat de afnemer van de motor Drayton Aerospace Industries Limited geen vliegtuigmaatschappij is en derhalve geen eindgebruiker kan zijn van de vliegtuigmotor. ING wijst in dit verband op de verstrekte end user statements ten aanzien van de landingsgestellen, waarbij [onleesbaar] end user is. Nu uw cliënte deze transactie reeds heeft verricht, vertrouwt ING erop dat zij over deze end user statement beschikt en deze derhalve spoedig aan ING kan verstrekken om zodoende [onleesbaar] te verrichten KYC-onderzoek naar de transactie, waartoe zij op grond van diverse wet- en regelgeving gehouden is, te kunnen afronden. ING vertrouwt erop dat zij alsnog spoedig de end user statement van de vliegtuigmotor waarop de USD 500.000 transactie ziet ontvangt.

3 uur en 36 minuten later volgt er bericht van de advocaat van Andersson: Ik geef u nogmaals en voor de laatste maal in overweging om uw cliënte het advies te geven om de USD 500.000 vrij te geven. Zoals reeds gememoreerd is Drayton de eindgebruiker. Dat zij geen vliegtuigmaatschappij zou zijn doet daar niet aan af. (…) Drayton is een soort Kwik-Fit (…) Zij hebben onderdelen op voorraad, een eigenaar van een vliegtuig (en dat hoeft geen luchtvaartmaatschappij te zijn) komt langs met dat vliegtuig, en laat vervolgens onderhoud plegen. (…) Van Andersson kan nu niet gevergd worden dat zij aanvullende informatie overlegt die zij niet heeft en niet kan hebben. (…).

Op 12 augustus 2024, iets meer dan een uur voor de mondelinge behandeling in kort geding, heeft Andersson alsnog een end user certificate met betrekking tot de vliegtuigmotor ingediend, waarin staat dat vliegmaatschappij Lion Air de eindgebruiker van de vliegtuigmotor is.

ING is duidelijk over dit stuk – het voldoet niet:

  • Volgens dit certificaat is luchtvaartmaatschappij PT Lion Mentari Airlines te Jakatra Pusat, Indonesië (Lion Air) de eindgebruiker van de vliegtuigmotor. Dat is niet in overeenstemming met de eerdere verklaring van Andersson dat Drayton de eindgebruiker is.
  • het end user certificate is pas op 12 augustus 2024 ontvangen, terwijl er al om wordt gevraagd sinds 8 augustus 2024, de transactie heeft plaatsgevonden in juli 2024 en het certificaat kennelijk is opgemaakt op 6 augustus 2024.
  • De vliegtuigmotor is bedoeld voor een Airbus A320 terwijl in het certificaat staat dat het gaat om een Boeing 737, en Lion Air vliegt bovendien niet met Airbus-vliegtuigen.

Het oordeel van de rechter

De rechtbank vindt dat ING terecht de betaling van USD 500.000 niet heeft willen doorvoeren. ING Bank kan immers onvoldoende uitsluiten dat sprake is van sanctieomzeiling. Daarmee is het tegenhouden van de betaling door ING Bank noodzakelijk en proportioneel.

De transactie van USD 500.000 is binnen het door ING Bank gebruikte screenings- en monitoringssysteem gesignaleerd door – kennelijk – een combinatie van de naam van de betalende partij Drayton Aerospace Limited en de omstandigheid dat het geld werd betaald vanaf een rekening bij een bank in China. Daarbij komt dat Drayton Aerospace Limited wordt genoemd – als partij die gesanctioneerde luchtvaartonderdelen naar Rusland levert en daarbij sancties omzeilt – in een door ING Bank in het geding gebracht artikel van IStories met de titel “Why Russian Airplanes Keep Flying despite the Imposed Sanctions” (zie onder de referenties voor een link).

Het is volgens de rechter dan ook terecht dat ING Bank zekerheidshalve de betaling heeft tegengehouden en dat zij vervolgens vragen is gaan stellen aan Andersson om zeker te stellen dat de vliegtuigmotor niet in Rusland zou belanden.

ING heeft aan Andersson duidelijk gemaakt dat zij ten aanzien van de transactie van USD 500.000 in afwachting was van een end user certificate. Andersson heeft steeds tegen ING gezegd dat Drayton de eindgebruiker van de vliegtuigmotor zou zijn. ING heeft terecht twijfels gehad bij die mededeling van Andersson, nu Drayton zelf geen vliegtuigmaatschappij is en derhalve geen eindgebruiker kan zijn. Andersson kon ook geen goede verklaring geven op de vragen van ING over het uiteindelijk aangeleverde end user certificate.

De rechtbank ondersteunt de positie van ING dus in deze zaak, en merkt nog op: “Tenslotte leidt een belangenafweging niet tot een ander oordeel. Tegenover het grote belang van ING Bank bij het naleven van haar wettelijke verplichtingen, wegen de belangen van Andersson Capital minder zwaar. Zij heeft de schijn tegen en wisselende en onbevredigende verklaringen gegeven ten aanzien van de vraag wie de end user van de vliegtuigmotor is.”

Het gerechtshof gaat hierin mee. Het is volgens het hof voldoende aannemelijk geworden dat ING verplicht dan wel gerechtigd was de bancaire relatie met Andersson te beëindigen op de door haar daartoe aangevoerde gronden. ING heeft aannemelijk gemaakt verplicht te zijn tot opzegging van de bancaire relatie op grond van artikel 5 lid 3 Wwft, nu Andersson de inconsistenties in de eindgebruikerscertificaten niet heeft verklaard. Andersson heeft immers ondanks herhaalde verzoeken van ING geen duidelijkheid kunnen verschaffen over de identiteit van de eindgebruiker (aanvankelijk Drayton, naderhand Lion Air), de datum van totstandkoming van het eindgebruikerscertificaat, de vraag welk vliegtuigtype de eindgebruiker gebruikt (een Airbus 320 of een Boeing 737, terwijl Lion Air niet vliegt met Airbus-vliegtuigen), waarbij Andersson ook tegenstrijdige antwoorden heeft gegeven op de vraag van ING of de vliegtuigmotor een product was dat onder de sanctieregelgeving viel.

Volgens het hof is ING bij dit alles ook bepaald niet over één nacht ijs gegaan en heeft Andersson voldoende gelegenheid geboden deze opzegging te voorkomen. ING heeft niet onzorgvuldig dan wel onrechtmatig gehandeld ten opzichte van Andersson, de opzegging van de bancaire relatie is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

Referenties