Bij de Nederlandse grens bij Duitsland, bij Beek, liggen loopgraven. Deze liggen aan de Nederlandse kant van de grens. Wat doen deze loopgraven daar, en wat heeft dat met compliance te maken?
Een klein monument markeert de plek. Het monument is een zuiltje, met daarop een handgranaat. Op de zuil is een plaquette aangebracht met de tekst: “Duitse loopgraaf. Verdedigingslinie Eerste Wereldoorlog”.

De tekst op de zuil roept al de eerste vragen op:
- Duitse loopgraaf uit de Eerste Wereldoorlog?
- Dit is toch Nederlands grondgebied?
- Wat doet een Duitse loopgraaf uit de Eerste Wereldoorlog hier?
- Wat moet dit in een artikel over compliance?
Hoe Duitse loopgraven in Nederlandse handen kwamen
In de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal. Duitsland vreesde echter dat de geallieerden via Nederlands grondgebied zouden kunnen aanvallen, of dat Nederland zich alsnog bij de geallieerden zou aansluiten. Daarom legden de Duitsers in 1916–1917 op de stuwwal tussen Elten en Beek een verdedigingslinie aan met loopgraven en ongeveer 84 betonnen bunkers. Dat gebied was toen Duits grondgebied.
Na de Eerste Wereldoorlog werd in het Verdrag van Versailles bepaald dat zich geen militaire objecten in het Duitse Rijnland mochten bevinden. Daarom zijn de betonnen bunkers in 1921 opgeblazen onder supervisie van Franse militairen. Het stelsel van loopgraven uit die tijd is nog goed zichtbaar in het landschap.
Dat landschap was toen nog steeds Duits grondgebied. Dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog, in 1949 werd dit gebied Nederlands. Kortom, de Duitsers groeven de loopgraven niet in Nederland; Nederland kreeg later het stukje grond waar ze lagen.
Na de Tweede Wereldoorlog wilde Nederland compensatie van de geleden oorlogsschade. De Nederlandse regering stelde daarom voor om over te gaan tot annexatie van Duits grondgebied. De Geallieerden wezen vrijwel alle plannen af. Slechts enkele grenswijzigingen werden gehonoreerd.
Op 23 april 1949 werden in de slotverklaring van de Londense Zesmogendhedenconferentie kleine grenswijzigingen ten gunste van Nederland aangekondigd, waardoor een gebied ter grootte van 69 km² werd toegevoegd. Nog diezelfde dag, vanaf 12.00 uur, werden deze gebieden door Nederlandse strijdkrachten bezet.
Naderhand voerde de Bondsrepubliek Duitsland langdurige onderhandelingen met de Nederlandse staat, die op 8 april 1960 te Den Haag werden afgesloten met een overeenkomst, waarin de Bondsrepubliek aangaf 280 miljoen Duitse mark uit te keren voor teruggave van de drostambten Elten en Tudderen en de Duitse bebouwing aangrenzend aan Dinxperlo (Suderwick); de Wiedergutmachung. Op grond van het gesloten grensverdrag werden deze gebieden op 1 augustus 1963 weer overgedragen aan de Duitse autoriteiten.
Ongeveer 3 km² aan geannexeerd gebied bleef Nederlands, ook het stuk Bergherbos waar ‘onze’ loopgraven liggen.
Het Bergherbos ligt dus deels op voormalig Duits grondgebied. In deze bosdelen nabij Elten zijn deze voor Nederland unieke restanten van een loopgravenstelsel uit de Eerste Wereldoorlog bewaard gebleven. Om de geschiedenis wat beter zichtbaar te maken zijn enkele loopgraven in 2013 in de oorspronkelijke staat hersteld.

Wat heeft dit met compliance te maken?
Vooraf: ik verklaar me onbevoegd waar het gaat om het beoordelen van militair-strategische afwegingen die de Duitse legerleiding had te maken. Maar toch vraag je je onwillekeurig af op grond van welke inschatting de Duitsers een loopgraven- en bunkerstelsel aan de Nederlandse grens aanlegden, en deze bezetten met Duitse militairen. Was er nu werkelijk een aanval vanuit Nederland te verwachten?
Hier komen we op de risicogebaseerde benadering. Die houdt kort gezegd in dat je de middelen die je hebt om risico’s te beheersen (en die per definitie schaars zijn) inzet waar de risico’s het grootst zijn. Daar hoort bij dat je de inzet van maatregelen beperkt houdt waar risico’s klein zijn.
Met dit in het achterhoofd komt de vraag op in hoeverre de Duitse legerleiding een risicogebaseerde benadering toepaste. Was hier, aan de grens met Nederland, een loopgraven- en bunkerstelsel nodig?
Deze vragen spelen ook in het compliance-vak. Zijn maatregelen die genomen worden en het doorvoeren van bepaalde procedures wel altijd nodig en passend? Hier kunnen we bijvoorbeeld denken aan het bevragen van cliënten in het kader van het naleven van antiwitwasregelgeving.
Compliance speelt hier een sleutelrol. Dwingen we naleving van regels en procedures af, omdat het nu eenmaal zo moet – ook als er geen wezenlijk risico aan de orde is? Of doen we het toch anders en durven we ons verstand en onze professionaliteit in te zetten om daarin keuzes te maken?
Anders gezegd: leggen we loopgraven aan omdat dat nu eenmaal moet en verwacht wordt? Of durven we onder ogen te zien dat het toepassen van maatregelen in bepaalde situaties nergens meer op slaat? Professionaliteit is ook: je richten op waar het echt om gaat, en daarin onderbouwde keuzes durven te maken. Graaf geen loopgraven op onzinnige plekken.