Op 11 juni 1955 – nu 70 jaar geleden – voltrok zich een absolute ramp. Het Hervormd Jeugdkoor uit Den Ham maakte op die zaterdag een trip in de buurt van Osnabrück. In de bus met 43 kinderen en 5 volwassenen vond een ontploffing plaats en er ontstond een enorme vlammenzee. Twee kinderen kwamen om, onder wie het 14-jarige zusje van mijn tante. Hier werd een dure les uit geleerd.
De ramp
De bus met kinderen was even na 9.00 uur het centrum van Osnabrück gepasseerd en reed over de Bohmterstrasse, die overgaat in de Bremerstrasse. De bus reed niet hard, ongeveer 25 km/h. Ongeveer 50 meter voorbij het spoorwegviaduct over de Bohmterstrasse, voor de toenmalige Essopomp, sloegen er vlammen aan de onderzijde uit de bus.
De pompbediende, die achter de toonbank stond, zag dit. Hij rende naar buiten en greep een schuimblusser. Met luid geschreeuw trok hij de aandacht. De buschauffeur handelde direct en nog geen 20 meter verder stopte hij de bus. Hij sprong uit de bus, zag de vlammen, en trok het achterportier open. Op hetzelfde ogenblik had een explosie plaats. Er schoot een steekvlam uit de reservebandruimte en in een ommezien was bus een vlammenzee. Nog geen 20 minuten later was de bus volledig uitgebrand – de foto toont het interieur na de brand.

Er speelden zich dramatische taferelen af. De buschauffeur trok met gevaar voor eigen leven nog drie kinderen uit de brandende bus. Reisleiders en voorbijgangers hadden in diezelfde ogenblikken nog enkele tientallen kinderen uit de bus weten te trekken. Twee kinderen konden niet meer gered worden en kwamen om.
De paniek was groot. “Tal van kinderen liepen als brandende fakkels rond, in hun radeloosheid niet wetend wat te doen,” aldus een verslag uit die tijd. Mensen schoten te hulp. Zo kwam een bakker, die aan de overzijde van de straat woonde, met een grote zak meel naar buiten die hij over de brandende kinderen heenstortte.

Bij het tragische ongeluk kwamen twee kinderen van veertien jaar om het leven. Daarnaast verkeerden vier kinderen in levensgevaar – twee van hen bezweken later aan hun verwondingen. Daarnaast werden nog veertien kinderen, vaak ernstig gewond, in het ziekenhuis opgenomen, allen tussen twaalf en vijftien jaar oud.
De oorzaak
De oorzaak van de ramp was al snel bekend. Onder de achterste zitplaats van de autobus was een bergruimte. Hierin waren o.a. drie jerrycans benzine opgeslagen. Deze benzine diende als ‘noodrantsoen’. Uit een van deze jerrycans is benzine gedruppeld. De benzine drupte door een gedeelte van de vloer heen en kwam terecht in een ruimte voor de reserveband. Door deze ruimte liepen draden voor de verlichting van het voertuig en hier moet kortsluiting zijn ontstaan. In combinatie met de benzinedampen had dit de explosie tot gevolg.

De hoofdcommissaris ter plaatse twijfelde niet aan deze oorzaak. Hij toonde ook de bewuste draden en de slijtageplekken waar de isolatie en de bekleding van de draden was doorgesleten – waarschijnlijk als gevolg van het heen en weer schuiven van de reserveband, die vrij in die ruimte lag.
De lessen
Drie berichten uit de krant geven de lessen uit deze ramp weer:
- Alleen regels stellen leidt niet tot het gewenste gedrag. M.a.w., een regel zegt nog niet iets over hoe de werkelijkheid eruitziet.
- Vaak komen (extra) regels tot stand na een incident.
- Toezicht en controle blijken steeds weer noodzakelijk.
De berichten spreken verder voor zich.



Referenties
- Algemeen Handelsblad, 13 juni 1955
- Het Parool, 13 juni 1955; 3 augustus 1955
- De Telegraaf, 13 juni 1955
- Trouw, 13 juni 1955; 14 juni 1955
- Tubantia, 13 juni 1955; 22 juli 1955
- Twentsche Courant, 13 juni 1955
- Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 11 juli 1956
- Oost.nl, Gedenkteken voor ‘vergeten’ busramp Den Ham
- NOS.nl, Den Ham krijgt bijna 70 jaar na dodelijke brand een gedenkteken