Een bericht in de PZC van 5 december 2008 over een woningbouwproject in Terneuzen: woningcorporatie Laurentius uit Breda bouwt er een complex met negentig hoogwaardige appartementen en ongeveer negenhonderd vierkante meter commerciële ruimte. De sporthal en het oude postkantoor gaan tegen de vlakte.
Niets mis mee toch? Op het eerste gezicht niet, maar onder meer vanwege de transactie van sporthal en postkantoor kregen twee betrokkenen celstraffen opgelegd.

Hoe zat deze transactie in elkaar? De verkopende partij verkocht op 14 maart 2006 het vastgoed aan Wildhage B.V. voor €2.225.000. Op dezelfde dag verkocht Wildhage het vastgoed aan Laurentius voor €2.700.000. Dit is allemaal te lezen in een uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 5 oktober 2020. Daarin is ook te lezen dat de directeur van Laurentius, Walter Vermeulen, geld ontving van de directeur van Wildhage, Wim Snoeren. Deze constructie hebben ze bij meerdere projecten toegepast, waarbij Laurentius voor meer dan €2 miljoen is benadeeld. Beide heren kregen gevangenisstraffen opgelegd voor oplichting en witwassen.

“De verdachten vulden over de rug van de woningbouwvereniging schaamteloos hun zakken en bekommerden zich niet om de gevolgen voor anderen. (…) Het oplichten van een woningbouwvereniging leidt tot een ondermijning van het vertrouwen dat de samenleving in dergelijke organisaties moet kunnen stellen,” aldus rechtspraak.nl.
Opvallende punten uit de uitspraak
Hieronder volgt een aantal opvallende passages uit de uitspraak van de rechter.
- Verbalisant vraagt waarom [verdachte] mij naar voren geschoven in plaats van dat hij het project zelf kocht. Het zou kunnen zijn omdat wij dhr. [verdachte] wel eens iets toegeschoven hebben. Ik zeg het nu omdat ik mijn geweten zuiver wil maken. Er waren geen afspraken over wat ik dhr. [verdachte] betaalde. Ik gaf hem weleens een envelop met geld erin. U moet dan denken aan € 10.000,- tot € 20.000,- per keer. Het is eigenlijk een soort gewoonte geworden. Het is gerelateerd aan wat ik op een project verdiende. Dat is begonnen vanaf het eerste project in 2004. Ik haalde dat geld van mijn privérekening en ik bracht weleens een keer iets uit Zwitserland mee.
- Verbalisant vraagt hoe die afspraak met dhr. [verdachte] tot stand kwam. Ik weet niet meer welk project, maar toen zei dhr. [verdachte] tegen mij “Ik ga er wel van uit dat er voor de tafel ook iets bijzit”. Daarmee bedoelde hij zichzelf. Met andere woorden [verdachte] vroeg om geld en dat heb ik hem ook gegeven. Ik vond dat we een goede deal hadden gemaakt en ik gunde [verdachte] dat wel. Verbalisant vraagt wie de hoogte van de bedragen bepaalde die ik dhr. [verdachte] toeschoof. [verdachte] deed hem een voorstel over de hoogte van het bedrag en dat kreeg hij waarschijnlijk ook van mij. Ik kan mij niet herinneren dat er ooit over de hoogte van het bedrag is onderhandeld. (…)
Wat moet je vervolgens met al die contanten? Dat blijkt ook: in de kruipruimte van het huis van de broer van Walter Vermeulen werd een koffer gevonden met daarin €700.000 aan contanten. Volgens zijn verklaring was dit voor “advieswerk”. Volgens de rechter is dit op geen enkele wijze nader controleerbaar of verifieerbaar gemaakt, het kan niet anders zijn dan dat het in de koffer aangetroffen geldbedrag van misdrijf afkomstig is en dat verdachte dit wist.
Er werden ook contanten aangetroffen in de woning van Vermeulen, achter de leiding van een boiler. Tussen de gebruiksaanwijzing bevond zich een envelop met een handgeschreven aantekening: “12.000”. Hier zat € 7.050 aan contanten in. Volgens Vermeulen was dat zodat hij bij een eventuele woningoverval dat aan de overvallers kon geven, in de hoop die hierdoor te stoppen met hun overval. Dit acht de rechter uiterst onaannemelijk.
Ook lessen voor toezicht
De uitspraak van de rechter bevat ook lessen voor toezicht. De directeur-bestuurder van de woningcorporatie bekleedde een sleutelpositie, waarin hij zich onttrok aan een effectieve controle door de Raad van Commissarissen. Dit blijkt onder meer uit het volgende:
- Vermeulen had een vergaande bevoegdheid tot acquireren en verwierf zelfstandig registergoederen/projecten, waarbij hij zelf de onderhandelingen voerde en solistisch te werk ging, waarbij Laurentius voor voldongen feiten werd gesteld.
- Bij de vergaderingen van de Raad van Commissarissen had Vermeulen grote invloed op de agendering en was hij bovendien verantwoordelijk voor de selectie van de stukken die daarbij ter sprake kwamen. Tijdens deze vergaderingen voerde hij het woord, lichtte hij geagendeerde onderwerpen toe en beantwoordde hij vragen van commissarissen. De Raad van Commissarissen was hierdoor afhankelijk van Vermeulen voor wat betreft de informatie over acquisities en lopende projecten.
- Aan de Raad van Commissarissen werd wezenlijke informatie onthouden nu niet werd medegedeeld dat het project te Terneuzen zonder tussenkomst van Wildhage voor een veel lagere prijs verworven had kunnen worden. Bovendien heeft Vermeulen jegens de Raad van Commissarissen de indruk laten bestaan dat bij de aankoop van het project de belangen van Laurentius op een zo goed mogelijke wijze werden gediend, terwijl hij heeft verzwegen dat de prijs voor de aankoop van het project veel te hoog was en hij in privé geld had ontvangen.
- Het hof: “Ware de Raad van Commissarissen volledig geïnformeerd geweest, dan zou zij hebben ingegrepen door minst genomen verdachte hieromtrent te bevragen en daaraan alsdan noodzakelijk geoordeelde gevolgen te verbinden. Dat [A] mogelijk in financiële zin profijt heeft gehad van het door verdachte gevoerde beleid, doet er niet aan af dat verdachte de voor hem gunstige omstandigheid heeft gecreëerd waarin de Raad van Commissarissen kennelijk onvoldoende in staat was controle te houden op zijn bestuurlijk optreden.”