Een senator met oog voor eigen belang

Op 15 oktober 2024 publiceerde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een interessant arrest. Het arrest geeft een inkijkje in het handelen van PVV-senator Gom van Strien en zijn zakenpartner Oscar Schoots. Via financiële constructies zouden miljoenen van de Universiteit Utrecht naar hen en hun echtgenotes zijn gevloeid. Hieronder volgt een samengevat overzicht van een deel van het arrest.

Na de verkiezingen van 22 november 2023 werd Gom van Strien door PVV-voorman Geert Wilders aangezocht als ‘verkenner’. Op 27 november legde Van Strien zijn taken als verkenner per direct neer. In een verklaring liet hij weten: “Dit weekend verschenen artikelen in de media over werkzaamheden in mijn verleden, waarin mijn integriteit in twijfel wordt getrokken.” Het arrest van het hof laat zien waarop die twijfel is gebaseerd.

Nodens: hoe het begon

Deze zaak is aangespannen door Utrecht Holdings (UH). UH, het ‘kennistransfer office’ van de Universiteit Utrecht (UU) en het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), houdt zich kort gezegd bezig met het commercialiseren van academisch onderzoek via investeringen en deelnemingen in (onder andere) spin-off companies die zijn gebaseerd op binnen UU of UMCU gegenereerd intellectueel eigendom.

In deze zaak speelt Nodens BV een centrale rol. Nodens is op 12 maart 2004 opgericht, als tussenholding voor de participaties van UH in verschillende farmaceutische bedrijven. Op dat moment was Van Strien (indirect) bestuurder van UH en was Schoots gedetacheerd bij UH als Intellectual Property Manager.


Overzicht enkele betrokken personen. In de verschillende afbeeldingen geven de kleuren de betrokkenen aan

Transacties m.b.t. Nodens en Hereswint

In de periode van 2006 tot en met 2015 hebben met betrekking tot Nodens verschillende aandelentransacties plaatsgevonden. Daarbij waren Van Strien en Schoots betrokken als indirect bestuurders van Nodens en vanaf 15 mei 2007 ook als bestuurders van Buys Ballotfonds. De hiervoor bedoelde aandelentransacties hebben ertoe geleid dat UH en Buys Ballotfonds hun aandelenbelang in Nodens hebben afgebouwd naar nihil en dat Hereswint Investments B.V. (Hereswint) uiteindelijk 100% van de aandelen in Nodens in handen heeft gekregen.

Hereswint is opgericht op 13 februari 2006. Ten tijde van de oprichting was een vriend en voormalig buurman van Van Strien enig aandeelhouder en bestuurder van Hereswint. Van Hereswint hadden de echtgenotes van Schoots en Van Strien ieder 32% van de aandelen. De andere aandeelhouders waren de vriend van Van Strien en diens zus. Hereswint zou tussen 2006 en 2018 zo’n twee miljoen euro aan dividendbetalingen van Nodens hebben ontvangen.

Wie de aandeelhouders van Hereswint waren, werd door Van Strien en zijn opvolger jarenlang verborgen gehouden voor de universiteit maar ook voor de fiscus en de ING Bank, blijkt uit correspondentie en e-mails die geciteerd worden in het arrest. Volgens het hof is “voldoende aannemelijk” dat het aandeelhouderschap van de echtgenotes “niet bekend is gemaakt, maar zelfs bewust verhuld”.

Het hof stelt vast dat Van Strien, toen nog bestuurder van UH, persoonlijk zijn buurman instrueerde over de oprichting van Hereswint. De buurman moest de onderneming alleen op zijn naam zetten, met een bankrekening alleen op zijn naam. Volgens het hof was afgesproken dat onmiddellijk na de oprichting een deel van de aandelen naar de echtgenotes zou gaan. Uit e-mails blijkt dat hun aandeelhouderschap bewust onder de 33,3 procent werd gehouden zodat de fiscus niet bij hun echtgenotes zou uitkomen. “Dat duidt erop”, schrijft het hof, dat Van Strien en Schoots “geen extra belangstelling wilden voor hun betrokkenheid bij Hereswint.”

Op 9 maart 2006 gaf Nodens (indirect bestuurd door Van Strien) nieuwe aandelen uit aan Hereswint, waarvoor Hereswint een bedrag van €125.000 heeft betaald. Met deze aandelenuitgifte is Hereswint meerderheidsaandeelhouder van Nodens geworden, met een belang van 55,6%.

Tussen 2005 en 2008 heeft UU onder bestuur van Van Strien als (minderheids)aandeelhouder voor ongeveer €200.000 leningen aan Nodens verstrekt. Op 26 juni 2009 volgde Schoots Van Strien op als bestuurder van Utrecht Holdings. Schoots was aardoor ook indirect bestuurder van Nodens.

Buys Ballotfonds (indirect bestuurd door Schoots) droeg op 6 mei 2010 haar aandelenbelang in Nodens aan Hereswint, voor de door Schoots voorgestelde prijs van €20.007. Het belang van Hereswint in Nodens werd daardoor uitgebreid naar 64%. In het kader van die transactie handelde Schoots namens Buys Ballotfonds en tevens namens UH (door geen gebruik te maken van het voorkeursrecht van UH).

Ruim een maand later, op 10 juni 2010, deed Nodens een dividenduitkering van €300.000. Ten aanzien van deze dividenduitkering heeft Schoots namens UH het stemrecht op de aandelen in Nodens uitgeoefend in de algemene vergadering waarin tot deze dividenduitkering is besloten.

Op 8 februari 2011 kocht UH de aandelen in Nodens die gehouden werden door de private investeerder die vanaf het begin betrokken was – de prijs: €7.497. Na deze transactie waren UUH en Hereswint de enige aandeelhouders in Nodens.

Diezelfde dag, eveneens op 8 februari 2011, heeft UH een agiostorting van €400.000 in Nodens gedaan, zonder tegenprestatie of de afspraak dat de agio gebonden bleef aan de door UH gehouden aandelen. Daardoor spreidde de gestorte agio zich als kapitaal direct uit naar alle aandelen, waarvan Hereswint op dat moment 64% hield. UH heeft voorts in december 2011 nog een lening verstrekt aan Nodens van €50.000, ten tijde waarvan UH en Nodens allebei (indirect) werden bestuurd door Schoots.

Het arrest beschrijft hoe in de periode vanaf 2013 de geldstromen naar Schoots werden opgevoerd. Een voorbeeld daarvan is dat Schoots via zijn persoonlijke vennootschap Uniper een Service Agreement sloot voor de directietaken die hij uitvoerde bij Nodens. Uniper was net daarvoor UH op 1 juli 2014 als bestuurder van Nodens opgevolgd. Deze overeenkomst is zowel namens Uniper als Nodens ondertekend door Schoots.

Op 6 oktober 2015 schreef Schoots aan Van Strien met de ex-buurman in cc over wat ING Bank aan informatie en stukken wil hebben voordat voor een nieuwe vennootschap een bankrekening geopend kon worden, zoals een overzicht van alle aandeelhouders in Nodens en indien daar entiteiten bijzitten een overzicht van die aandeelhouders en als daar weer entiteiten bij zitten een overzicht van die aandeelhouders net zolang er alleen maar privépersonen bekend zijn, met de opmerking erbij ‘Kan het gekker?’. Van Strien reageerde hierop: ‘Dit is inderdaad wel verontrustend. (…) Ik neem aan dat je een andere bank probeert?’

Op 21 december 2015 kocht Nodens alle aandelen die UH in Nodens hield in tegen een prijs van €400.000 plus een earn-out regeling. Door deze transactie werd Hereswint 100% aandeelhouder van Nodens.

Binnen twee weken, op 5 januari 2016, keerde Nodens €600.000 dividend uit. In de jaren daarna hebben nog drie dividenduitkeringen plaatsgevonden, waarna Nodens op 28 december 2021 (als verdwijnende vennootschap) is gefuseerd met Hereswint (als verkrijgende vennootschap).

Voorbeeld van een opvallende e-mail

Het hof citeert in het arrest meermalen uit e-mailverkeer tussen betrokkenen. Over een van de e-mails wordt het volgende vermeld:

“[Vriend en ex-buurman van Van Strien] heeft op 12 januari 2022 een aantal e-mails gezonden aan de andere aandeelhouders van Hereswint met in cc [Van Strien] en [Schoots] over de concept jaarrekening 2021 van Hereswint (en Nodens) en de al dan niet te houden (aandeelhouders)vergadering. (…) In de e-mail van 13:36 uur schreef [vriend en ex-buurman van Van Strien]:

‘Allen,
(Deze mail heb je niet ontvangen, dus weggooien!)
Even voor de goede orde, de vergadering hoeft niet plaats te vinden.
Ik zal proberen vóór die tijd bij iedereen de handtekeningen op te halen (…).’

Uit de in kleur overgelegde afdruk van deze e-mail blijkt dat, in afwijking van de rest van de e-mail, de opmerking over het weggooien in rode tekst is opgenomen.”

Conclusie van het gerechtshof

Het voorlopig oordeel van het hof is dat er sprake is van, kort gezegd, belangenverstrengeling. Er zijn voldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om aan te kunnen nemen dat Schoots zijn taak als bestuurder van UH niet behoorlijk heeft vervuld bij aandelen- en overige transacties inzake Nodens en dat hem daarvan een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken, en dat Uniper (de persoonlijke vennootschap van Schoots) in dit kader onrechtmatig heeft gehandeld jegens UH.

“De wettelijke bepalingen die voorschreven en voorschrijven dat een bestuurder zich naar het belang van (de onderneming van) de vennootschap moet richten, zijn bedoeld om te voorkomen dat een bestuurder zich met name laat leiden door zijn persoonlijk belang in plaats van uitsluitend dat van de vennootschap. In deze zaak is sprake van zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of [appellant2] zich bij zijn handelen als bestuurder uitsluitend heeft laten leiden door het belang van UUH (en Buys Ballotfonds). Het feit dat hij indirect een eigen financieel belang had in Nodens, door het mede-aandeelhouderschap zijn echtgenote in Hereswint, maakt dat hij zich niet in staat had mogen achten het belang van UUH (en Buys Ballotfonds) met de vereiste integriteit en objectiviteit te behartigen. Of UUH daardoor daadwerkelijk schade heeft geleden, zoals Utrecht Holdings stellen en [appellant2] betwist, is hierbij niet van belang.”

Het hof rekent het de betrokkenen aan dat zij hun belangen, m.n. tussen hen en Hereswint, verborgen hebben willen houden. Het is voldoende aannemelijk gemaakt dat het aandeelhouderschap van hun echtgenotes door Schoots en Van Strien niet bekend is gemaakt, maar zelfs bewust verhuld. Hun acties en de inhoud van de e-mailwisselingen laten dit zien, aldus het hof.

Frappant

Het hof geeft nog een overweging over de wetenschap die de leiding van UH zou hebben gehad. Die leiding was Van Strien. Het hof overweegt ([naam4 is Van Strien, [apellant2] is Schoots): “De goedkeuring door [naam4] van de deelname van de echtgenote van [appellant2] in Hereswint, die volgens [appellant2] en Uniper blijkt uit zijn wetenschap daaromtrent (…), doet ook niet af aan de verhulling van dit aandeelhouderschap door (toen nog medewerker) [appellant2] . Leidinggevende [naam4] verkreeg immers op basis van dezelfde constructie eenzelfde eigen belang in Nodens via Hereswint. In het verlengde hiervan kan dus ook niet worden aangenomen dat ten tijde van het bestuurderschap van [appellant2] en Uniper binnen Utrecht Holdings (inmiddels) wél bekendheid bestond met dit persoonlijk belang. Vooralsnog is niet gebleken dat [appellant2] of Uniper daarover open kaart heeft gespeeld. (…)”

Belangenverstrengeling: waaraan toetst de rechter?

Het hof legt in het arrest uit wat het toetsingskader tegenstrijdig belang is:

  • Vanaf 1 januari 2013 geldt ter invulling van de behoorlijke taakvervulling door een bestuurder van een BV onder meer de gedragsnorm in art. 2:239 lid 5 BW: de bestuurder richt zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.
  • Art. 2:239 lid 6 BW schrijft sinds genoemde datum voor dat een bestuurder met een direct of indirect persoonlijk belang dat tegenstrijdig is met het belang van (de onderneming van de) vennootschap niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming daarover en dat de besluitvorming dan wordt overgenomen door de raad van commissarissen (of bij ontbreken daarvan de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen).
  • Ook vóór 1 januari 2013 dienden bestuurders zich bij de vervulling van hun taak te richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Voor gevallen van tegenstrijdig belang tussen een vennootschap en haar bestuurder(s) gaf art. 2:256 (oud) BW tot 1 januari 2013 een vergelijkbare regeling (met als verschil dat het vertegenwoordigingsregels in plaats van besluitvormingsregels gaf).
  • De Hoge Raad heeft een criterium ontwikkeld ter beantwoording van de vraag wanneer sprake is van tegenstrijdig belang op basis van deze oude wetsbepaling, welk criterium ook geldt voor de toepassing van art. 2:239 lid 6 BW.
  • Samengevat luidt het als volgt. De strekking van de oude en de nieuwe wetsbepaling is te voorkomen dat de bestuurder bij zijn handelen zich (met name) laat leiden door zijn persoonlijk belang in plaats van (uitsluitend) het belang van de vennootschap dat hij heeft te dienen. Zekerheid dat de betrokken rechtshandeling daadwerkelijk tot benadeling van de vennootschap zal leiden is niet vereist. Voldoende is dat de bestuurder te maken heeft met zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of hij zich bij zijn handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. De vraag of een tegenstrijdig belang bestaat, kan slechts worden beantwoord met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval. Het aanvoeren van de enkele mogelijkheid van een tegenstrijdig belang volstaat niet. Vaststelling van een persoonlijk belang van de bestuurder dat tegenstrijdig is aan dat van de (onderneming van de) vennootschap vereist daartoe naar voren gebrachte, voldoende geadstrueerde, omstandigheden die zodanig van invloed kunnen zijn geweest op de besluitvorming van de betrokken bestuurder dat hij zich op grond van deze bepaling niet in staat had mogen achten het belang van de (onderneming van de) vennootschap met de vereiste integriteit en objectiviteit te behartigen.
  • Naast het hierboven gegeven criterium zijn in jurisprudentie van de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam gedragsregels ontwikkeld voor bestuurders onder de oude regeling inzake tegenstrijdig belang. De zogenoemde Linders/Hofstee-doctrine houdt in dat het bij een tegenstrijdig belang van grote betekenis is dat de te onderscheiden belangen op zorgvuldige wijze gescheiden worden gehouden, waarvoor het betrachten van een zo groot mogelijke openheid een waarborg is. Bij het verkrijgen van goedkeuring voor een voorgenomen transactie moet aan het orgaan dat goedkeuring moet verlenen tijdig die informatie worden verstrekt die het redelijkerwijs voor het vormen van een verantwoord oordeel over die transactie nodig heeft. Daar waar belangenverstrengeling speelt is een hogere mate van zorgvuldigheid in voorbereiding, besluitvorming en uitvoering vereist.

Referenties

Het arrest gaat ook in op een aantal zaken die in dit artikel niet worden beschreven. Voor wie meer wil weten: lees vooral het arrest van het gerechtshof!