Helaas zijn er steeds weer mensen die zich anders voordoen dan wie ze echt zijn. Op meerdere CV’s zijn verschillende leugens te vinden, bijvoorbeeld over opleiding, achtergrond en werkervaring. Zo maakte het Amerikaanse Congreslid George Santos het wel heel bont. In Nederland is het geval van Charl Schwietert (staatsecretaris voor drie dagen) een markeringspunt.
Wellicht wat minder bekend, maar niet minder leerzaam, is het geval van Albert Krielen. Krielen was directeur van de Stadsschouwburg Nijmegen. Op de foto poseert hij met meneer De Uil, de nieuwslezer van de Fabeltjeskrant – en dat is waarschijnlijk goed gekozen.

Op 21 april 2009 kopte De Gelderlander: CV Krielen lijkt zo lek als een mandje. Volgens verschillende interviews en zijn website zou de Nijmeegse schouwburgbaas Krielen onder meer jarenlang KLM-piloot zijn geweest, was hij topman bij Philips in Japan, was hij namens de Partij van de Arbeid wethouder in Rotterdam, was hij ooit topvolleyballer, was hij directeur bij de Twentsche Schouwburg en bedacht hij de fameuze reclameslogan ‘Ik ga bij Japie wonen, want daar hebben ze King Corn’.
Uit onderzoek van De Gelderlander bleek dat veel van zijn beweringen niet klopten. KLM en Philips bleken hem niet te kennen, en bij de gemeente Rotterdam was hij evenmin bekend. Toen bleek dat Krielen de onduidelijkheden in zijn cv niet kon wegnemen begon de Raad van Commissarissen van de schouwburg het vertrouwen in de directeur te verliezen. Krielen stapte op en hij deed hetzelfde bij het organisatiecomité van de Vierdaagsefeesten.
Krielen lag al onder vuur. Er was politieke beroering ontstaan over de hoge vergoedingen die Krielen bleek te ontvangen (tot boven de twee ton per jaar) én de tegenstrijdige verklaringen die daarover eerder waren afgegeven door Krielen. Het lag extra gevoelig omdat het gaat om gemeenschapsgeld.
Toenmalig PvdA-fractievoorzitter Rutger Zwart vond het “ongelooflijk dat destijds zijn cv niet is gecheckt bij zijn komst in 2002 en dat hij jarenlang kon blijven zitten.”
In juni 2009 verscheen een rapport van PricewaterhouseCoopers (PWC). PWC had in opdracht van burgemeester en wethouders onderzoek gedaan naar de opgestapte schouwburgbaas. De voornaamste conclusies van het rapport waren:
- Krielen wist zichzelf hoge vergoedingen toe te bedelen en werd nauwelijks gecontroleerd, terwijl zijn vermeend goede prestaties niet uit de cijfers bleken.
- Op drie punten zou Krielen zwaar in de fout zijn gegaan:
- Hij liet zich 1.000 euro per maand betalen door de cateraar die hij voor de schouwburg inhuurde.
- Hij ontving 3.000 euro per maand van innovatiecentrum 52Degrees (om samenwerking met de schouwburg te onderzoeken), terwijl hij zich óók door de schouwburg extra liet betalen.
- Tot slot bevatte Krielens curriculum vitae ‘aantoonbare onjuistheden’.
De ex-schouwburgdirecteur verdiende tussen 2001 en 2008 bijna 1,4 miljoen euro. Hij regelde vrijwel alle betalingen, ook die aan zijn eigen adres. De inmiddels opgestapte raad van toezicht was daarvan niet goed op de hoogte, aldus het rapport. De gemeente deed op basis van de uitkomsten van het onderzoek aangifte.
Er is meer: ‘knevelarij’
Op 22 mei 2012 is Krielen door de rechtbank Arnhem veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk. Krielen is veroordeeld voor het vragen van 10.799 euro smeergeld aan cateraar Bob Hutten uit Veghel. Hutten uit Veghel. Toen Hutten weigerde te betalen, werd zijn horecacontract met de schouwburg en concertzaal De Vereeniging niet verlengd.
Uit de uitspraak van de rechtbank:
Verdachte is in de periode van oktober 2001 tot en met februari 2007 werkzaam geweest als directeur van de naamloze vennootschap Maatschappij tot Exploitatie van de Nijmeegse Schouwburg en Concertgebouw ‘De Vereeniging’ (hierna: Mensec) , van welke de gemeente Nijmegen enig aandeelhouder is. (…)
De rechtbank acht (…) wettig en overtuigend bewezen dat verdachte vanuit zijn functie als directeur van Mensec, in de uitoefening van zijn bediening, namelijk tijdens de onderhandelingen met [naam1] over een te verlengen cateringcontract met Mensec, van [naam1] het bedrag € 10.799,97 heeft gevorderd, als verschuldigd aan hemzelf terwijl hij wist dat [naam1] dit bedrag niet verschuldigd was. Verdachte heeft daarbij het te verlengen contract, waar [naam1] een groot financieel belang bij had, als dwangmiddel gebruikt om [naam1] ertoe te bewegen het niet verschuldigde bedrag van € 10.799,97 aan hem te betalen.
Het verweer van de raadvrouw dat vervolging van verdachte voor knevelarij in strijd is met de ratio van die bepaling, omdat geen sprake is geweest van ‘misleiding’ van een ‘argeloze burger’ wordt door de rechtbank verworpen. (…) Het artikel sluit niet uit dat vormen van dwang of, beter gezegd, misbruik van machtspositie, waarvan naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval sprake van is, ook ‘knevelarij’ opleveren. Dat de gewraakte factuur op briefpapier van [verdachte] Holding is gedrukt en niet op briefpapier van Mensec, doet aan het voorgaande niet af. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt immers dat er wel degelijk een verband was tussen de werkzaamheden van verdachte als directeur van Mensec en de gevraagde betaling.
Lessen
Voor een integere organisatie is de persoonlijke integriteit van medewerkers een belangrijke factor. Dit geldt zeker voor medewerkers die bijvoorbeeld de organisatie kunnen binden, toegang hebben tot gevoelige informatie of kunnen beschikken over financiën. Een check op betrouwbaarheid voordat iemand in dienst komt, is dan een voor de hand liggende maatregel.
Wat je minimaal kunt doen is iemands identiteit goed vaststellen en een check op de juistheid van iemands cv. Het nalaten daarvan kan ernstige gevolgen hebben, zie bijvoorbeeld Met valse papieren aan de slag bij de overheid en Zorgwekkende zorgfraude: met een vals diploma in de tbs-kliniek werken.
Een belangrijke les is er ook voor toezicht. De gemeenteraad van Nijmegen heeft in 2009 een enquête-onderzoek uitgevoerd naar de gang van zaken bij Mensec, de vennootschap waar Krielen directeur was en waar onder meer de stadsschouwburg onder viel.
De enquêtecommissie concludeerde dat het gemeentelijk toezicht op de Mensec (schouwburg en concertgebouw) jarenlang onder de maat was geweest. Voortdurende verwarring over de rolverdeling tussen de gemeente als aandeelhouder, de gemeente als subsidiegever, de Raad van Commissarissen (RvC) en de directie van de Mensec lagen hieraan ten grondslag. Mede hierdoor was de gemeenteraad niet optimaal in staat gesteld zijn kaderstellende en controlerende taak uit te voeren.
Hieronder volgt een aantal kenmerkende passages uit het verslag dat op 4 december 2009 was te lezen op nieuwsnijmegen.
Vergoedingen
De gemeente heeft zich bij de aanstelling nadrukkelijk bemoeid met de vergoeding voor de heer Krielen. Omdat de directeur via een interim-contract zou werken, was een fulltime aanstelling onbetaalbaar. Om binnen de normale begroting te blijven is in 2001 besloten om de heer Krielen slechts voor twee dagen per week als interim-manager aan te stellen. Nog voordat het contract in april 2002 werd getekend, besloot de RvC echter al dat de heer Krielen één dag extra per week mocht declareren. Dit besluit is nooit gemeld aan de gemeente. Hierdoor groeide de basisvergoeding van de directeur vanaf 2002 van € 110.000 per jaar tot bijna € 150.000 per jaar. Daarnaast heeft de heer Krielen voor diverse klussen in de onderzoeksperiode extra vergoedingen ontvangen.
Op tal van momenten heeft de gemeente, als aandeelhouder of subsidiegever, signalen ontvangen over deze extra vergoedingen. Vanaf eind 2006 is de gemeente een zoektocht gestart naar de hoogte van de vergoeding van de directeur. Als in de loop van 2007 de Mensec expliciete informatie verstrekt over de extra vergoedingen, wordt hier niets mee gedaan. Ook hier was er weer sprake van verwarring over de rolverdeling. Statutair gaat namelijk de RvC over de vergoeding en niet de aandeelhouder. Mede hierdoor heeft de gemeente nooit doorgebeten richting de Mensec. Pas begin 2009 ontstond onder politieke druk de gewenste duidelijkheid over de hoogte van de vergoeding.
De belangrijkste conclusies rondom de vergoedingen van de heer Krielen:
• De heer Krielen ontving naast zijn vergoeding als directeur diverse andere vergoedingen voor extra opdrachten uit de Mensec.
• Het college geeft aan dat zij hier niet van op de hoogte was. Op basis van het onderzoek stelt de commissie dat het college op tal van momenten bekend had kunnen zijn met de extra vergoedingen. De signalen zijn echter niet op waarde geschat.
• De raad is tot 2009 nooit geïnformeerd over deze extra vergoedingen.
Toezicht op de reorganisatie
Het was de expliciete opdracht aan de heer Krielen om via een reorganisatie de Mensec bedrijfsmatig gezond te maken. Kern hiervan was een daling van de personeelskosten door een krimp van het personeelsbestand met 15 fte. Via de bank werd een reorganisatievoorziening gecreëerd van zo’n € 2 miljoen, waarvoor de gemeente garant stond. Door een jaarlijks te realiseren winst van zo’n € 360.000 zou de schuld aan de bank kunnen worden terugbetaald.
Het gemeentelijk toezicht op de reorganisatie is nooit goed van de grond gekomen. Ambtelijke waarschuwingen over tegenvallende resultaten werden genegeerd. Vanaf 2004 ging alle gemeentelijke aandacht uit naar een beoogde bezuiniging op de Mensec en verdween de aandacht voor de reorganisatie. Ook het toezicht op de realisatie van de bezuiniging was onder de maat. Toen eind 2005 grote twijfels ontstonden over het realiteitsgehalte van de bezuiniging (die op een totale jaarlijkse subsidie van zo’n € 2 miljoen bijna zeven ton bedroeg) werd dit niet gemeld aan de Raad. Een rapport van Berenschot over de onmogelijkheid van de beoogde bezuiniging werd ondanks ambtelijke adviezen niet aan de Raad verstrekt.
De belangrijkste conclusies rondom het toezicht op de reorganisatie:
• Het gemeentelijke toezicht op de reorganisatie van de Mensec is nooit goed van de grond gekomen. De evaluatie na één jaar (verantwoordelijkheid van de AVA) heeft niet plaatsgevonden.
• Door de scheiding van het toezicht op ambtelijk niveau (afdeling Cultuur en Concern) was er veel onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden.
• Ambtelijk waren er in 2004 en 2005 grote zorgen over het slagen van de reorganisatie, met name op de beoogde terugdringing van personeelskosten. Bij het college heerste desondanks het beeld dat het bij de Mensec goed ging omdat er geen verlies werd geleden.
• Twijfels over het realiteitsgehalte van de beoogde bezuiniging van bijna zeven ton zijn niet aan de Raad gemeld.
Als een van de rode draden wijst de enquêtecommissie op een gebrekkige informatievoorziening aan de gemeenteraad. Het college heeft de raad in de gehele periode op diverse momenten gebrekkig geïnformeerd. Onwelgevallige informatie werd voor de raad achtergehouden. Hierdoor is de raad niet optimaal in staat gesteld zijn controlerende en kaderstellende rol uit te voeren. De meest expliciete voorbeelden hiervan:
• het besluit om een vierjarig contract met de directeur aan te gaan
• de twijfels binnen het college over het realiteitsgehalte van de bezuinigingen
• het niet naar de Raad zenden van het rapport Berenschot.
Een ander punt dat de commissie aanwijst is ‘veel vragen, weinig daden’. De gemeente heeft op vele momenten vele vragen aan de Mensec gesteld, maar nooit ‘doorgebeten’. De vragen die beantwoord werden door de Mensec, leidden vaak weer tot nieuwe vragen. Er is nooit gebruik gemaakt van de mogelijkheid om sancties te treffen. De gemeente was als het ware een tandeloze tijger.
De commissie heeft ook vastgesteld dat er voortdurend verwarring is geweest over de rolverdeling tussen de diverse spelers. De taken van portefeuillehouder en aandeelhouder werden in 2002 over twee wethouders verdeeld. Over de precieze scheiding van taken en bevoegdheden is echter nooit duidelijkheid ontstaan. Hierdoor kwam het regelmatig voor dat de ene wethouder er van uitging dat een onderwerp door de andere wethouder werd opgepakt.
Referenties
- De Gelderlander, 21 april 2009 en 30 juni 2009 en 22 mei 2012
- Binnenlands Bestuur, 22 april 2009 en 15 juni 2009
- Nieuws Nijmegen, 4 december 2009
- ECLI:NL:RBARN:2012:BW6195